folder Categorie: Onderzoek
Wachten op 'Uur U'
By Pieter Beens comment 0 Comments access_time 13 min. lezen

Nu er steeds meer wolven op de Veluwe rondlopen, neemt de zorg onder bewoners toe dat ze mensen aan zullen vallen. Maar voordat de wolf beheerd kan worden, moeten er belangrijke vragen worden beantwoord.

Ada Nieuwendaal is een natuurliefhebber. De kwieke vijftiger trekt regelmatig de bossen rond Apeldoorn in om er naar de vogels te luisteren en wild te spotten. In de bronsttijd, van half september tot half oktober, pakt ze samen met haar man de fiets om op zoek te gaan naar burlende edelherten in de bossen achter paleis Het Loo.

Maar als Nieuwendaal in september van dit jaar met haar man over de Elspeter Grindweg fietst, is het niet de machtige lokroep van een edelhert die indruk op haar maakt, maar een wolf. Honderden meters lang volgt het roofdier het echtpaar op korte afstand.

„De wolf kwam uit een zijpad”, vertelt Nieuwendaal. In eerste instantie is ze enthousiast over de ontmoeting met het roofdier. Ze bedenkt in een flits hoe leuk het is om een wolf van zo dichtbij te zien. Maar als het dier plat op de grond gaat liggen en daarna opspringt en achter de fietsers aankomt, slaat de schrik toe. „Hij liep zo’n drie- tot vierhonderd meter lang op een drafje achter ons aan”, herinnert Nieuwendaal zich. „Ik schat dat hij niet verder dan 4 meter van ons verwijderd was. We konden hem horen hijgen.”

Bang dat de wolf het op hen heeft voorzien, zetten de fietsers de spurt erin. Al ze achteromkijken, zien ze dat de wolf hen blijft volgen. Pas na een tijdje blijft hij bij een waterplas staan om iets te drinken.

Thuisgekomen zoekt de Apeldoornse op internet naar wat je kunt doen als je een wolf tegenkomt. „Je moet je groot maken, gekke geluiden maken en imponeren”, somt ze op. Op basis van wolvenfoto’s concludeert ze dat de achtervolger een jonge wolf moet zijn geweest.

Bang voor nog een onverwachte ontmoeting is Nieuwendaal niet. Wel maakt ze zich zorgen over scholieren die dagelijks over de steile grindweg –in de volksmond ‘de Hoge Duvel’ genoemd– naar school en weer naar huis fietsen. Weten zij hoe ze met een eenzame wolf moeten omgaan? Lopen zij gevaar?

Nog maar 5 jaar geleden was de wolf een exotisch roofdier, maar volgens officiële waarnemingen telt alleen al de Veluwe 7 roedels – met in totaal zo’n 70 tot 100 wolven.

Nieuwendaal is niet de enige die in de achterliggende maanden een wolf op haar pad trof. Fietsers in de regio Apeldoorn kwamen op klaarlichte dag een wolf tegen of werden er door gevolgd. Scholieren uit Elspeet en omstreken zagen individuen en kleine roedels het fietspad oversteken. Op recente filmpjes uit Elspeet is verder te zien dat wolven nieuwsgierig op passerende auto’s af lopen. Bewoners van het buitengebied zagen hoe een wolf hun konijnenhok sloopte en het konijn meenemen. ’s Morgens en ’s avonds kunnen ze wolven in het bos horen huilen.

Die situatie is nieuw. Nog maar 5 jaar geleden was de wolf een exotisch roofdier, maar volgens officiële waarnemingen telt alleen al de Veluwe 7 roedels – met in totaal zo’n 70 tot 100 wolven. Dat merken Veluwenaren: in september doodden wolven in Elspeet in enkele weken tijd tientallen schapen en een populaire pony. In sommige nachten waagden ze zich op amper 500 meter van de dorpskern. Inwoners en het gemeentebestuur van Nunspeet vrezen erger. Want, vragen ze zich tijdens de bijeenkomst hardop af, wie garandeert ons dat mensen nog veilig zijn voor de wolf?
„Ik ben bang dat de situatie zo escaleert dat er slachtoffers vallen”, zegt ook wethouder Wichert Stoffer.

Terug van weggeweest

Wie de grijze wolf op afstand ziet, verwart hem gemakkelijk met een grote hond. Maar anders dan de gewone huishond is de canis lupus een roofdier bij uitstek. Zijn scherpe gehoor en brede blikveld helpen hem om zijn omgeving goed waar te nemen. Via de reukcellen in zijn spitse neus kan hij feilloos een slachtoffer uit een groep prooidieren kiezen. Wolven ruiken namelijk hoeveel merg er in de botten van een prooidier zit, vertelt wolvenecoloog Erwin van Maanen in september dit jaar tijdens een bewonersbijeenkomst in Elspeet. Hoe minder merg een dier bezit, hoe zwakker het is – en hoe gemakkelijker een wolf het dus kan opdrijven. Voor het doden van zijn prooi gebruikt hij een gebit met snijtanden, hoektanden, voorkiezen, scheurkiezen en gewone kiezen. Een beet met een hoektand is goed voor een druk van ruim 152.000 kilo per vierkante centimeter – genoeg om een hertenpoot in één keer door te bijten.

Een beet met een hoektand is goed voor een druk van ruim 152.000 kilo per vierkante centimeter – genoeg om een hertenpoot in één keer door te bijten.

Om te overleven, heeft een wolf elke dag 1,5 tot 4,5 kilo vlees nodig. Dat vlees is afkomstig van prooidieren uit het territorium, een leefgebied van zo’n 200 vierkante kilometer. Daarbinnen bevindt zich een kerngebied, het primaire leefgebied van een wolvenroedel –bestaande uit een alfapaartje en zo’n 4 tot 18 nakomelingen. De roedel kan snel groeien, want een wolvin werpt gemiddeld 8 jongen per jaar.

Jonge mannetjes die het gezag van de alfawolf bedreigen, worden vaak uit de roedel gestoten. Tijdens de zoektocht naar een eigen territorium leggen ze gemakkelijk 60 tot 70 kilometer per dag af.

Zo belandt in het voorjaar van 2015 een zwervende wolf in Drenthe. Wolvenliefhebbers zijn verheugd. Al sinds de jaren 70 van de vorige eeuw pleiten deskundigen voor een herintroductie van de wolf in de Nederlandse natuur. Het roofdier zou de wildstand op een natuurlijke manier kunnen beheren en daarmee voor meer balans in de natuur kunnen zorgen. Nu is het zover. Bijna 150 jaar nadat in Limburg de laatste Nederlandse wolf werd gedood, is het dier terug van weggeweest.

Bang in het bos

De wolf was al eerder in Drenthe, hoewel die provincie toen nog niet bestond. Volgens een historische bron is er al rond het jaar 1230 sprake van een wolvenplaag. In later eeuwen trekken wolven van het ene leefgebied naar het andere. Nu eens vestigen ze zich boven de rivieren, dan weer zoeken ze de zuidelijke provincies op. Soms verdwijnen ze voor lange tijd. Maar als ze er zijn, vallen er slachtoffers: schapen, varkens en runderen. En soms ook mensen.

Vanaf het einde van de middeleeuwen tot het begin van de 19e eeuw doden wolven meer dan eens burgers. Het bekendst zijn de voorvallen in de regio Roermond, waar wolven tussen juli 1810 en juli 1811 elf kinderen grijpen. Ze verschijnen opeens uit het kreupelhout, slepen een slachtoffer mee en doen zich er op een afgelegen plaats aan te goed.

Op 31 juli 1810 wordt de kleine Joannes Peeters door een wolf meegesleurd. Omstanders vinden na een zoektocht alleen wat botten, twee stukken voet en een stuk van zijn arm terug. Drie dagen later grijpt een wolf de driejarige Harrie Peeters. Volgens dossierstukken, in het bezit van het Historisch Centrum Limburg, wordt alleen zijn zakdoek teruggevonden.

Van de kleine Joannes Peeters vinden omstanders alleen wat botten, twee stukken voet en een stuk van zijn arm terug

Voor dergelijke toestanden hoeven bewoners van de Veluwe niet bang te zijn, zegt een gids in het Nunspeetse toeristentreintje dat in de zomer van 2018 tussen Elspeet en Vierhouten pendelt. Terwijl het fluisterstille voertuig langs de Noorderheide rijdt, vertelt ze wat de komst van wolven kan betekenen voor de herten- en zwijnenpopulaties op de Veluwe. Voor menselijke slachtoffers is ze niet bang: „Het is meer dan 100 jaar geleden dat de wolf een mens opat. Dat gebeurt zomaar niet.”

Maar 5 jaar later zijn inwoners van de gemeente Nunspeet daar niet meer zo zeker van. Sommige inwoners wagen zich al sinds de eerste geruchten over de wolf niet meer alleen in het bos. De bezorgdheid neemt toe als er dit voorjaar volgens officiële schattingen zo’n 30 tot 35 wolven in Nederland rondlopen.

Boswachters, faunabeheerders en opzichters hebben dan al onafhankelijk van elkaar in achtergrondgesprekken voor dit artikel laten weten dat dit aantal een onderschatting is.

Linosnede van een huilende wolf bij volle maan. © Pieter Beens via Midjourney AI
Linosnede van een huilende wolf bij volle maan. © Pieter Beens via Midjourney AI

Voorbereid op ‘Uur U’

In 2018 vestigde de eerste wolf zich op de Elspeterheide. Hij vormde een paartje met een wolvin en stichtte er een roedel. Sindsdien stond Wichert Stoffer al meerdere keren oog in oog met een telg. De Nunspeetse wethouder voor natuur en landschap voelde zich nooit door de dieren bedreigd. Toch maakt hij zich zorgen, vertelt hij in zijn werkkamer op het Nunspeetse gemeentehuis. Want, zegt Stoffer, als de populatie in dit tempo blijft groeien ontstaat er volgend jaar een ‘onbeheersbare situatie’.

Dat plaatst het Nunspeetse gemeentebestuur voor een dilemma: nietsdoen is geen optie, maar ingrijpen mag ook niet zomaar. Dat bleek eerder deze zomer, toen een wolf een schapenboer in het Drentse Wapse in zijn arm beet. Nadat de burgemeester het dier liet doden, deden dierenrechtenorganisaties prompt aangifte. Inmiddels wordt de burgemeester strafrechtelijk vervolgd.

Wie een wolf doodt, moet goed weten wat hij doet.

Het is een helder signaal voor het college van de gemeente Nunspeet: wie een wolf doodt, moet goed weten wat hij doet. Maar, verzekert burgemeester Blom bezorgde bewoners tijdens de bijeenkomst in september in Elspeet, de gemeente doet er alles aan om voorbereid te zijn op ‘uur U’. Aanwezigen begrijpen wat ze daarmee bedoelt: het moment waarop een wolf in de omgeving van Elspeet inderdaad een mens aanvalt.

Op het gemeentehuis zijn de voorbereidingen op ‘uur U’ dan al in gang gezet. Juristen onderzoeken daar de mogelijkheden die de gemeente in geval van nood heeft. Het is manoeuvreren tussen de gemeentewet en de wet natuurbescherming, legt Stoffer uit.

Liever zou Stoffer direct de wolf beheren. Want, zegt Stoffer, als er voor de zomer van 2024 niet iets verandert, kan de situatie op de Veluwe zomaar escaleren.

Daarom vraagt hij dit najaar aan de provincie Gelderland of de gemeente de wolvenpopulatie een halfjaar in een afgebakend gebied mag beheren, zodat ‘uur U’ kan worden vermeden. De provincie weigert het verzoek: beheren is alleen toegestaan onder strenge voorwaarden. Aan die voorwaarden wordt op dit moment niet voldaan.

Cruciale vragen

In 1979 werd in het Zwitserse Bern afgesproken dat de canis lupus strikt moet worden beschermd. Wolven die in het wild leven, mogen daarom niet opzettelijk worden gedood, worden gevangen of worden verstoord. Hun voortplantingsplaatsen en rustplaatsen mogen niet worden beschadigd of vernield, en wie een uit het wild afkomstige wolf bezit, is strafbaar.

De strenge regels zijn bedoeld om het roofdier te beschermen zolang het niet zelfstandig zijn populatie in stand kan houden. Pas als dat punt –in jargon de ‘gunstige staat van instandhouding’ genoemd– is bereikt, mag er over wolvenbeheer worden gesproken.

Maar discussies over wat die gunstige staat van instandhouding dan precies inhoudt, staan het beheer in de weg, vertelt Saskia Duives. De Noord-Brabantse schapenhouder is voorzitter van de vakgroep schapenhouderij van LTO Nederland. Samen met een groep externe deskundigen adviseert ze de wolvencommissies van de provincies Noord-Brabant en Gelderland over hun wolvenbeleid. „Er moet eerst door een internationale commissie worden vastgesteld welke wolvenpopulaties er zijn”, legt Duives uit. „Daarna is het de vraag of de gunstige staat van instandhouding geldt voor één land of dat er ook over de landsgrenzen wordt gekeken.”

Dat is een cruciale vraag in de discussie. Op dit moment wordt de gunstige staat van instandhouding namelijk afgemeten aan het aantal wolven per land. Maar als je de wolven uit meerdere landen bij elkaar mag optellen, komt het streefcijfer –en dus de mogelijkheid om wolven te beheren– veel dichterbij. Maar ook over het streefcijfer is er nog discussie.

Deskundigen breken zich verder het hoofd over de vraag of alle wolven in Nederland wel echte wolven zijn. Uit het buitenland zijn gevallen bekend van kruisingen tussen de wolf en de gewone hond. Uit DNA-rapporten, ingezien door het Reformatorisch Dagblad, blijkt dat sommige Nederlandse wolven ook genen van honden bij zich dragen. Dat plaatst de discussie over de gunstige staat van instandhouding en beheer in heel ander licht. Want zogenaamde ‘hybride wolven’ vallen niet onder de strenge jachtregels die wel gelden voor zuivere wolven.

En, legt Duives uit, ook voor zuivere wolven zijn er uitzonderingen. Ze noemt als voorbeeld de Sami, de van oorsprong nomadische bewoners van Lapland. Zij leven samen met tienduizenden rendieren in het noorden van Scandinavië. Hun leefwijze is tot cultuurhistorisch erfgoed verklaard. Om zichzelf en hun dieren tegen wolven in hun leefgebied te beschermen mogen de Sami onder heel strenge voorwaarden op wolvenjacht.

„Het is echt wachten op een groter incident.”

Saskia Duives, schapenhouder en lid van provinciale wolvencommissies

Nederlandse schaapskudden, zegt Duives, behoren ook tot het cultureel erfgoed – mits ze worden gehoed door een herder en honden. Ze ziet dan ook mogelijkheden om de wolven op de Veluwe en in Drenthe te beheren. Maar beleidsmakers deden naar eigen zeggen niets met haar suggestie.

De wolvendeskundige en schapenhouder toont zich teleurgesteld over de manier waarop provincies met de wolf omgaan. „Het eerste wolvenbeleidsplan dat we opstelden, werd pas na heel lange tijd vastgesteld door het interprovinciaal overleg. Nieuwe aanpassingen van het beleid moeten een jaar later nog steeds vastgesteld worden.”
Ze is bang dat er pas concreet verandering komt als er écht iets gebeurt. „Het is echt wachten op een groter incident.”

Dat ligt niet voor de hand, zeggen wolvendeskundigen. “Gezonde wolven die niet worden geprovoceerd of gevoerd, vormen op voorhand geen bedreiging voor de mens”, schrijft Bij12 –de organisatie die de provincies helpt bij natuur- en omgevingsvraagstukken en die alle wolvenmeldingen en -incidenten bijhoudt. “Omdat wolven schuwe dieren zijn, mijden ze mensen over het algemeen.”

Klopt, zegt Wichert Stoffer. „Als er veel ruimte, zal het geen probleem zijn om met wolven in de buurt te leven. Maar afgezien van de Veluwe is er in Nederland geen enkel natuurgebied waar wolven voldoende ruimte hebben om zich comfortabel te vestigen. Rondom de Veluwe is veel landelijk gebied. Dat is de eerste uitvalsbasis voor wolvenroedels wanneer er in de natuurgebieden niet voldoende ruimte en voedsel beschikbaar is.” Hij ziet in de tientallen dode schapen in en om Elspeet het bewijs daarvoor. In de winter zal het rustig zijn, verwacht hij. „De wolven hebben zich teruggetrokken en schapenhouders hebben de nodige maatregelen getroffen.” Maar, zegt de wethouder, daarna worden de nieuwe wolvenjongen geboren. „Wanneer de grotere roedels opnieuw het landelijk gebied in trekken om voedsel en nieuw leefgebied te zoeken, zie ik spannende tijden tegemoet.”

Dit artikel verscheen in het Reformatorisch Dagblad van 16 december 2023.

homepage onderzoeksjournalistiek wolf


Previous Next