Wie in de achterliggende weken ’s morgens vroeg in westelijke richting naar de hemel keek, zag daar een rode ‘ster’: Mars. Wie de kleine planeet nog niet waarnam, doet er goed aan een dezer dagen bij helder weer eens naar de einder te kijken. Het duurt namelijk niet zo lang meer totdat de planeet niet meer met het oog waarneembaar is.
Het zal de rode planeet (gemiddelde temperatuur: 65 °C)koud laten hoeveel aardbewoners hun nieuwsgierige of zelfs lonkende blikken in zijn richting werpen, maar vaststaat dat hij niet alleen op de interesse van wat hemelminnende ND-lezers maar ook op de warme belangstelling van wereldleiders en ‘techbro’s’ kan rekenen. Sinds het aantreden van Donald J. Trump als Amerikaans staatshoofd, krap anderhalve maand geleden, speculeren wetenschappers, journalisten en bronnen die zich dicht bij het vuur op Capitol Hill bevinden dat de volgende Amerikaanse ruimtevlucht weleens richting Mars kan gaan. De president zelf liet er weinig onduidelijkheid over bestaan tijdens zijn inaugurele rede: hij beloofde op afzienbare termijn Amerikaanse astronauten naar Mars te sturen. De benoeming van Elon Musk tot minister in het kabinet-Trump II speelt ongetwijfeld een rol bij die ambitie. Voordat de schatrijke ondernemer en visionair zich met politiek inliet, richtte hij immers ruimtevaartbedrijf SpaceX op in de hoop op een dag kolonisten naar Mars te kunnen sturen. Dus werken ingenieurs bij het bedrijf al jaren dag in dag uit aan de Starship, een tweetrapsraket die over niet al te lange tijd mensen naar Mars (en weer terug) moet vervoeren.
De uitgesproken ambitie van Trump plaatst ruimtevaartorganisatie NASA – nota bene een Amerikaanse overheidsorganisatie – voor een ingewikkelde keuze: blijft ze werken aan haar eigen Artemis-programma waarmee binnen afzienbare tijd weer mensen op de maan moeten worden gezet, of richt ze haar pijlen op Mars en maakt ze zich daarmee afhankelijk van Musk? Die keuze wordt nog eens bemoeilijkt door het feit dat het Artemis-programma op zijn vroegst in 2027 een concreet product oplevert. Musks mannen zijn al wat verder en streven ernaar om in 2028 de eerste mensen op Mars af te zetten. Een gulden middenweg is er niet: het wordt óf de maan óf Mars.
Tijdzone voor de maan
Maan of Mars, tegen de tijd dat de knoop is doorgehakt (Trump en Musk kennende hoeft dat niet zo lang te duren) en er een raket ready for take-off is (dat zal iets langer duren), heeft de Amerikaanse regering al wel een extraterritoriaal stempeltje kunnen drukken. Onder druk van een naderende ‘space race’ – niet alleen de Verenigde Staten, maar ook India, Japan en Rusland staan te trappelen om als eerste weer eens een astronaut voet op de maan te laten zetten – besloot de regering-Biden in april 2024 namelijk om een speciale tijdzone voor de maan te introduceren. Iemand moet bedacht hebben dat het handig is om de klok gelijk te kunnen zetten met thuis als je een tijdje naar de maan wordt gedeporteerd. Daarom wordt er eind 2026 een gecoördineerde maantijd (LTC) geïntroduceerd.
Wie van de aarde naar de maan reist, legt heel wat kilometers af en passeert tal van grenzen. Toch is de tijd op de maan min of meer gelijk aan die op de aarde. Maar de zwaartekracht is lager op de maan dan op de aarde en dus verstrijkt een dag er welgeteld 58,7 microseconden sneller dan hier op aarde. Dat betekent dat de mannen van de Apollo 17-missie in de twaalf dagen dat zij op de maan waren in totaal 0,0007044 seconden sneller door hun dagen waren dan hun soortgenoten die de missie thuis op de buis volgden. Indrukwekkend is dat allerminst. Wie een leven van 80 jaar op de maan doorbrengt, voegt daarmee 2 seconden aan zijn leven toe ten opzichte van aardbewoners. Al is dat natuurlijk vooral een filosofische discussie, want word je eigenlijk wel ouder als je je dagen leert tellen volgens een andere rekenmethode?
Wat is dan de winst van zo’n tijdzone? Een gemeenschappelijke taal, legde directeur Michelle Hanlon van het centrum voor lucht- en ruimterecht van de universiteit van Mississippi uit. Aan het Artemis-programma van de NASA nemen immers 36 landen deel. Een universele tijdzone kan dan helpen om Babylonische spraakverwarring op de maan en daarbuiten te voorkomen. Hanlon heeft daarmee een punt, want met afspraken in LTC heb je in elk geval een gemeenschappelijk instrument in handen.
Overigens moeten er nog wel de nodige hobbels worden genomen om tot een oplossing te komen. Ingenieurs uit alle windstreken en van alle mogelijke ruimteorganisaties werken nu aan de realisatie van een nieuwe maantijd. Dat is ingewikkelder dan simpelweg de 24 uren in een dag delen door de versnelling op de maan. Met zomer- en wintertijd – ook al een steen des aanstoots voor de nieuwe Amerikaanse president – hoeven ze in elk geval geen rekening te houden: een dag op de maan duurt 29,5 ‘aardedagen’. Seizoenen zijn er hoegenaamd niet. Daarover hoeft dus niet gedebatteerd te worden.
Halfuur langer
Nu de aandacht van de maan naar Mars verschuift, is het niet ondenkbaar dat er ook een tijdzone op de rode planeet moet worden gecreëerd. Een zonnedag – de tijd die een planeet nodig heeft om om zijn as te draaien, gezien vanaf het hemellichaam waar hij omheen beweegt – op de planeet duurt namelijk 24 uur, 39 minuten en 35,24409 seconden. Dat is ruim een halfuur langer dan een dag op aarde. Mochten Trump en consorten dus koers naar Mars zetten, dan moet er nóg een universele methode worden vastgesteld om de tijd te meten. Of dat, vanwege de koloniale ambities, ook in samenspraak met andere landen gaat gebeuren valt nog te bezien.
Alle aspiraties ten spijt kunnen de eerste ‘Martians’ (‘Martyrs’ zou ook een klinkende benaming kunnen zijn) de vlag van hun vaderland wel thuislaten: die is op dat rode sterretje aan de westelijke hemel toch niet te zien.
Dit artikel verscheen in het Nederlands Dagblad van 2 maart 2025.

Previous Next